Historische grond

Een historische plek vraagt om onverdeelde aandacht. Het is dan ook niet voor niets dat de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam aanwezig zijn bij de graafwerkzaamheden onder het pand. Er is een hoge archeologische verwachting op delen van het perceel. Ooit woonde precies op deze plek een zadelmaker.

In het plan van aanpak voor de archeologische begeleiding is het volgende stuk tekst opgenomen over de historie van de Falckstraat. 

 

De planlocatie Falckstraat 53 (bijlage 1) ligt in een stedelijke zone die ten tijde van de Vierde Uitleg, de stadsvergroting van 1660-1663, bij de stad is getrokken. Oorspronkelijk was dit gebied onderdeel van een uitgestrekt veenweidegebied aan de zuidzijde van de stad (bijlage 6.1). Hier bevonden zich aan het begin van de 17e eeuw langgerekte kavels die onderling van elkaar waren gescheiden door sloten met hier en daar tuinen en bebouwing, zoals te zien op de kaart van Johannes Blaeu uit 1649 (bijlage 6.2). De Vierde Uitleg volgde op de Derde Uitleg, de stadsuitbreiding van 1613, waarbij de stad aan de westzijde een uitbreiding kreeg
vanaf de Herengracht tot aan de Lijnbaansgracht en van het IJ tot aan de latere Leidsegracht. Aan de buitenzijde, langs de Singelgracht werd een aarden stadswal met elf bolwerken opgeworpen. Vanuit de oude stad werden door de nieuwe stadsdelen radiaalstraten aangelegd die – op de Vijzelstraat na – uitkwamen op een stadspoort in de wal. In 1663 (Vierde Uitleg) werden als eerste radiaalstraten de Leidsestraat en de Utrechtsestraat aangelegd.

De stadsvergroting van 1663 was vooral bedoeld om meer bewoningsareaal te creëren. De zone tussen de Herengracht en de Prinsengracht werd bestemd tot woongebied. De zone hierbuiten, tot aan de stadswal, was een gemengd woon- en werkgebied. Nieuw bij deze stadsuitbreiding was de toevoeging van een extra gracht tussen de Prinsengracht en de Lijnbaansgracht, de Achtergracht (huidige Falckstraat). De zone buiten de achtergracht werd ingericht met overlast veroorzakend industrieën. Het plangebied Falckstraat 53 ligt aan de noordkant van de voormalige Achtergracht (nu Falckstraat) en dus net binnen
het gebied met een woonbestemming.

Na de voltooiing van de stadsuitbreiding tegen het einde van de jaren 1660 duurde het nog decennia voordat het nieuwe stedelijke areaal was volgebouwd. Met de economische teruggang rond het Rampjaar 1672 bleven veel kavels onbebouwd. In de 17e eeuw is het huidige Frederiksplein de locatie van de veemarkt van ossen, schapen, kalveren en varkens.

Op de stadsplattegrond van F. de Wit uit 1675 is te zien dat de Falckstraat onregelmatig bebouwd is. Omdat deze kaart niet extact te projecteren is op de huidige topografie, is onduidelijk of toen binnen het plangebied al een huis stond (bijlage 6.3). Op de stadsplattegrond van de stadslandmeter Jacob Bosch uit 1681 (bijlage 6.4) is het perceel in ieder geval al bebouwd. Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 staat binnen het huidige perceel Falckstraat 53 en ondiep pand met een smalle uitbouw aan de achterkant (bijlage 6.5). Uit de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT’s) bij de kadastrale minuut blijkt dat het om het huis gaat van Johannes Pieter Hommerich, zadelmaker. Op de buurtkaart van Lohman uit 1876 is de situatie onveranderd.

Woonhuizen uit de 17de eeuw hadden (doorgaans) een eigen beerput en waterreservoir. Een beerput had een tweeledig gebruik als toiletbak van het privaat buiten het huis en als opvangbak van huishoudelijk afval variërend van keuken- en eetafval tot serviesgoed. Beerputten waren in principe rond of vierkant, maar vanwege de soms beperkte beschikbare ruime op een perceel konden ze ook aangepaste vormen hebben. De wandconstructie bestond uit houten planken of een bakstenen mantel. Naast deze speciaal gebouwde reservoirs waren er ook beerputten in de vorm van in onbruik geraakte waterkelders. Beerputten konden gemeenschappelijk worden gebruikt door meerdere huishoudens, ook in de vorm van en centrale put met meerdere stortkokers vanuit verschillende huizen, maar ook kwamen meerdere putten voor op een perceel voor gescheiden afvaldepositie van een huishouden.